Borduurdraad aanhechten: 4 manieren stap voor stap

Er zijn verschillende manieren waarop je heel makkelijk je borduurdraad kan aanhechten, zowel voor kruissteek als vrij borduren!

In dit artikel overloop ik vier verschillende methodes, met telkens een stap voor stap uitleg:

  • Knoopje
  • Lusmethode
  • Pin stitch (voor kruissteek)
  • Waste knot

Methode 1: Borduurdraad aanhechten met een knoopje

Gewoonweg een knoopje leggen aan het einde van je borduurdraad is een populaire optie. Er zijn echter borduursters die deze techniek vermijden, omdat de knoopjes uitstulpingen kunnen veroorzaken bij het inkaderen van je werk.

Ikzelf plaats mijn afgewerkte projectjes meestal in een borduurring, waardoor dit voor mij geen problemen vormt.

Werkwijze

  1. Bedraad je naald met het benodigd aantal draden (Tip: Makkelijk je naald bedraden)
  2. Maak een knoopje in het uiteinde van je draad
  3. Breng je naald door de stof langs achter naar voor.
    Het knoopje rust op de achterkant van je borduurwerk

Methode 2: Draad aanhechten met de lusmethode

Let op: Deze techniek kan je alleen toepassen bij het borduren met een even aantal draden (2,4,6)!

Werkwijze

  1. Verzamel de helft van het aantal benodigde draden in dubbele lengte
    Dus bv 1 draad van circa 100cm voor een steek die 2 draden vraagt
  2. Plooi je draad dubbel, zodat je twee lengtes van 50cm op elkaar hebt liggen
  3. Bedraad je naald met het uiteinde waar de twee uiteindes op elkaar komen (Tip: “Makkelijk je naald bedraden“). Aan de andere zijde heb je dan een lus
  1. Begin je eerste steek vanaf de onderkant van je stof, maar trek de draad niet volledig door. Laat een klein lusje achter
  1. Maak je steek en breng je naald terug door de stof
  2. Breng de naald nu door het lusje dat je achterliet en trek aan

Methode 3: Aanhechten met de “pin stitch”

Deze aanhechtmethode is vooral handig voor kruissteek projecten met zogenaamde “confetti steekjes“. Dat zijn volledig losstaande kruissteken.

Werkwijze

  1. Bedraad je naald met het benodigd aantal draden (Tip: “Makkelijk je naald bedraden“)
  2. Breng je naald langs achter door de rechterbovenhoek van je uit te voeren kruissteekje en hou aan de achterkant het staartje vast met je vrije hand
  1. Breng je naald naar beneden in het midden van je kruissteekvakje (zoals bij een 3/4 kruissteek)
  1. Breng je naald terug naar boven in de linker onderhoek
  2. Breng je naald opnieuw door de stof in het midden van je kruissteekvakje
  1. Werk je kruissteekje af door de andere diagonaal uit te voeren (linksboven -> rechtsonder)
  1. Je houdt nu aan de achterkant alleen een kort stukje draad over, zonder knoopje!

Methode 4: Aanhechten met een “waste knot”

Bij de waste knot methode start je al je draden weg van je werkje, elders in de stof. Op het einde knip je je waste knots weg en weef je de losse draden achterin je werk vast.

Werkwijze

  1. Bedraad je naald met het benodigd aantal draden (Tip: “Makkelijk je naald bedraden“)
  2. Breng je naald van langs voor door je stof, op een plek waar je (nog) niet zal werken. Het knoopje rust dan bovenop je werk.
  1. Je laat het knoopje (en de onderliggende draad) zitten tot je klaar bent.
  1. Op het einde knip je je waste knots los en indien nodig weef je de losse draad onder je andere steken vast. Als je er ondertussen al over zou geborduurd hebben, dan kan je het losse einde gewoon wegknippen omdat de draad al vastzit onder de andere steekjes!

Er zijn nog wel andere manieren om je draad aan te hechten, maar met deze 4 methodes kom je alvast een heel eind!

Probeer ze allemaal even uit, kies je favoriet en … borduren maar!