Knoopjes tijdens het borduren vermijden én weghalen

Als beginner kun je ondervinden dat je borduurgaren regelmatig in de knoop geraakt tijdens het borduren. Dat kan frustrerend zijn en ervoor zorgen dat je geen zin meer hebt om verder te borduren.

Je kunt echter heel wat knopen vermijden, door rekening te houden met een aantal zaken en bepaalde technieken toe te passen.

Geef het dus nog niet op voor je deze tips hebt gelezen!

Oorzaak 1: Borduurgaren niet grondig gesplitst

Splijtgaren bestaat uit 6 aparte draden. Tijdens het borduren gebruik je één of meerdere van deze draden om je steken uit te voeren. Belangrijk bij het splitsen van je garen, zijn twee zaken:

  • Splits draad per draad. Heb je twee draden nodig, haal de draden dan één voor één uit het garen
  • Verwijder de overtollige draad traag en voorzichtig. Trek je te hard en roekeloos de draden uit elkaar, dan is de kans heel erg groot dat het overtollige draad in één warboel achterblijft. Tenzij je héél veel geduld hebt, is dat garen voor de vuilbak!

Meer over hoe je splijtgaren gebruikt, kan je lezen in mijn artikel “Hoe gebruik je splijtgaren en met hoeveel draden moet je borduren?”

Oorzaak 2: Je werkdraad is te lang

De aangeraden lengte van je werkdraad is ongeveer de lengte van je hand + je onderarm. Dit komt neer op ongeveer 50cm.
Gebruik je draad die langer is dan dat, dan loop je het risico dat je knoopjes krijgt in je werkdraad.

Oorzaak 3: Je borduurgaren zit gedraaid

Terwijl je borduurt, werk je de draad vaak in verschillende richtingen. Door te blijven verdraaien, zet je spanning op je werkdraad waardoor de draad alleen maar meer rond zichzelf draait.

Het risico op knopen vergroot met elke steek.

Een handig trucje als je merkt dat je draad om zichzelf begint te draaien, is je naald en garen even loslaten en uit je borduurwerk laten hangen. Je zal zien dat de draad zich vanzelf ‘terugdraait’. Stopt de naald met draaien, dan kan je gewoon weer verder doen!

Oorzaak 4: Je borduurt te snel!

Probeer je te snel te werken en trek je de draad te snel door je stof, dan vergroot de kans op knoopjes, omdat de draad niet snel genoeg kan volgen.

Trek de draad dus op een vlot maar gecontroleerd tempo door je stof en hou regelmatig ook de achterkant van je werk in de gaten, waar de meeste knoopjes zullen ontstaan

Te laat, ik heb een knoopje!

Wat nu? Geen paniek!

Zie je dat er toch een knoopje is ontstaan, stop dan meteen met je draad te gebruiken. Als je nog verder zou doortrekken, maak je de knoop alleen maar strakker en wordt het moeilijker deze nog los te maken.

In heel veel gevallen zal de knoop lijken op een lusje. Om deze lusjes los te maken, kun je heel eenvoudig te werk gaan:

  1. Maak je naald los van je werkdraad
  2. Steek je naald door het lusje
  3. Trek voorzichtig aan één zijde van je draad. Wordt het lusje kleiner rond je naald, trek dan verder tot het lusje vastzit rond je naald. Wordt het lusje niet kleiner, probeer dan de andere zijde van je draad.
  4. Haal je naald uit het vaste lusje en trek aan beide zijden van je draad. Het lusje gaat nu (in de meeste gevallen) gewoon weg en je kunt verder werken!

Ik krijg die knoop er écht niet uit. Wat nu?

Heb je een erg hardnekkig knoopje in je borduurgaren dat je er op geen enkele manier uit krijgt?

Knip je draad dan aan beide zijden van het knoopje af. Het deel dat vastzit aan je werkje, hecht je vast aan de achterkant van je stof.
Het andere deel, als dit nog lang genoeg is, kun je opnieuw in je naald plaatsen en verder werken!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *